4 Kurk ( ICB ) Kurk is een natuurlijk isolatiemateriaal gewonnen uit schors van de kurkeik. De schorsen worden vermalen tot korrels die dan onder hoge temperatuur worden geperst, met als bindmiddel het hars in het kurk ( suberine ). Platen verstevigd met synthetische lijm zijn te mijden, want daaruit kan formaldehyde vrijkomen. Zowel thermisch als akoestisch heeft kurk een hoge isolatiewaarde. Het laat geen water door, verrot niet en is moeilijk ontvlambaar. Onverpakt kurk wordt los in bestaande vloeren geblazen. In plaatvorm wordt kurk gebruikt voor vloeren, legvloeren, muren, plafonds en daken. Bij renovatiewerken kunnen platen als isolatie onder de spanten van een bestaand dak worden aangebracht. In korrelvorm wordt kurk tussen de balken van vloeren, daken of houtskeletmuren geblazen. Kurk kan ook als bindmiddel worden toegevoegd aan beton of kalkmortel om die als isolerende legvloer te gebruiken. Als “ hernieuwbare ” grondstof is kurk echter niet onbeperkt beschikbaar : na de oogst heeft een kurkeik een tiental jaar nodig om opnieuw bruikbare schors aan te maken. Met kurk kan dus beter spaarzaam worden omgesprongen, door het alleen te gebruiken voor ruimtes waar zijn vochtbestendige kwaliteiten van belang zijn : tegels en legvloeren, platte daken, spouwmuren die blootgesteld zijn aan opstijgend vocht… Houtvezel Houtvezelplaten worden gefabriceerd op basis van afval van zagerijen ( schors en takken van naaldbomen die geen chemische behandeling hebben ondergaan ). De vezels worden bijeengehouden door hun eigen hars ( lignine ), maar voor dikkere isolatieplaten worden verschillende lagen op elkaar gekleefd met synthetische lijm. Geef de voorkeur aan niet-geasfalteerde platen ( die vochtafstotend zijn door de aanwezigheid van natuurlijke harsen ). Vezelplaten zijn uiterst duurzaam : zij blijven tientallen jaren herbruikbaar. Bovendien kunnen deze panelen worden gerecycled, gecomposteerd of gebruikt voor de productie van thermische energie. Zij helpen de verwarmingskosten drukken en zorgen voor minder schadelijke uitstoot. Ook qua geluidisolatie moeten zij niet onderdoen voor andere isolatie : volgens hun fabrikanten zijn vezelplaten ideaal tegen lucht- en contactgeluid en zelfs tegen vliegtuiglawaai. Vooral voor houten constructies zijn vezelplaten interessant, omdat zij luchtdicht en damp-open zijn. Men gebruikt ze zowel om binnenmuren te bouwen als om daken en vloeren te isoleren of om muren en valse plafonds te bekleden. Zij vormen bij uitstek een aanvulling bij ander plantaardig isolatiemateriaal ( cellulose, hennep, vlas... ). Verder zijn zij ook terug te vinden als thermische of geluidsisolatie onder of op vloeren. Bepaalde types van vezelplaten kunnen met een minerale pleisterlaag worden bekleed om op die manier bestaande buitenmuren van metselwerk droog te houden ( isolatie aan de buitenzijde ). Met minerale pleister beklede houtvezel wordt ook voor gevelisolatie gebruikt als natuurlijk alternatief voor klassieke isolatie, en zorgt voor een gezond en comfortabel binnenklimaat. Houtvezel biedt dus heel wat architecturale mogelijkheden. Mineraal isolatiemateriaal In Europa is minerale wol een van de meest gebruikte isolatiematerialen : goedkoop en met hoge isolatiewaarde. Minerale wol wordt verkregen door glas of steen te smelten en dan tot vezels te spinnen. Die vezels worden geagglomereerd met behulp van chemische bindmiddelen, zoals fenol en formaldehyde, wat ze dan ook beperkt recycleerbaar maakt. De vezelstructuur maakt van minerale wol een uiterst licht materiaal dat veel lucht bevat, vandaar het sterk isolerend vermogen. Minerale wol wordt gebruikt voor thermische isolatie van daken, muren en vloeren en is onbrandbaar. Minerale wol is dampdoorlatend, maar omdat zij geen capillaire structuur heeft, verliest zij haar thermische kwaliteiten wanneer zij vochtig is : zij slorpt het water op, waardoor zij zwaarder wordt en kan afzakken en haar isolerende waarde verliest. In een vrijstaande muur met minerale wol is het dus heel belangrijk dat het dampschild ( vaak een aluminiumfilm ) volledig lucht- en waterdicht is. Bij het gebruik van vezelige isolatiematerialen ( glaswol, rotswol, cellulose… ) kunnen vezels vrijkomen waarvan het effect op het menselijk lichaam tot op heden nog onvoldoende kan worden ingeschat. Daarom moet u een gepast beschermingsmasker dragen om geen vezels in te ademen en dit type materiaal alleen gebruiken voor isolatie achter volledig luchtdichte wanden of muurbekledingen ( gipsplaat, spaanplaat... ). Rotswol Rotswol wordt verkregen door het smelten van diabaas ( vulkanisch gesteente vergelijkbaar met basalt ). De vezels worden met gepolymeriseerde kunstharsen gebonden tot rollen en platen met verschillende stijfheid en oppervlakteafwerking. Rotswol heeft een niet-uniforme samenstelling, is volledig damp-open maar niet-hygroscopisch en niet-capillair ( neemt geen water op ). Zij is volledig luchtdoorlatend, thermisch stabiel en vrij goed bestand tegen vuur. Zij is ook sterk samendrukbaar en weinig bestand tegen delaminatie. Rotswolplaten voor isolatie van platte daken moeten een hoge densiteit hebben ( = 150 tot 175 kg/m³ ) en volgens een speciaal procédé worden gefabriceerd ( richting van de vezels ) om voldoende onbuigzaamheid en weerstand tegen delaminatie te garanderen. Dergelijke panelen worden bekleed met bitumen of glasvlies. 78 www.bouwen-verbouwen.be Pagina 77

Pagina 79

Heeft u een uitgave, issuu of internet whitepapers? Gebruik Online Touch: boek bladerbaar maken.

BOUWEN & VERBOUWEN Lees publicatie 10022Home


You need flash player to view this online publication